Blogs

Portretfoto’s

Portretfotografie

 

Wie eenmaal een poging tot portretfotografie heeft gedaan komt er waarschijnlijk al snel achter dat dit één van de leukere fotografiestijlen is die er zijn. Het maken van portretten van iemand geeft je de kans het karakter en de emoties van die persoon vast te leggen, mits je het als fotograaf goed aanpakt (want nee, makkelijk is het niet).

Wat ik zelf heb ervaren is dat met name het op het gemak stellen van de geportretteerde een hele uitdaging kan zijn. Immers zijn het juist die foto’s waarbij iemand ontspannen is die leuk zijn en ongemaakt overkomen. Toch, heel gek is het niet dat iemand wat onrustig wordt zodra er een grote zoomlens op hem of haar gericht is…

Er zijn wel een aantal tips waar je je als fotograaf mee kunt sterken om die perfecte foto te maken. Hier een aantal die je in je achterhoofd kunt houden voor ‘le moment suprême’.

 

Scherpstellen op de ogen

 

Misschien wel de belangrijkste van allemaal, het scherpstellen op de ogen. Let maar eens op foto’s die je tegenkomt waar dit niet is gebeurd en je zult zien dat de aandacht direct verslapt zodra je ernaar kijkt. De foto wordt saai, er gebeurt niets en je bent snel afgeleid. De ogen zijn de doorluikjes naar de ziel van een mens en het is dan ook niet gek dat het juist de ogen (en de scherpte hiervan) een foto kunnen maken of breken. Bij portretfotografie werk je vaak met kleine diafragmagetallen (ofwel een grote diafragma opening) en is de scherptediepte daarmee niet erg groot. Onscherpe ogen vallen daarom heel snel op.

 

Een groot diafragma gebruiken

Daarmee komen we al gelijk uit bij de tweede tip, namelijk het gebruiken van een groot diafragma. Dit is een vrij eenvoudige manier om een portretfoto al snel een professionele uitstraling te geven, omdat het ervoor zorgt dat de dieptescherpte klein is ofwel de achtergrond blijft vaag. Het onderwerp komt als het ware los van de achtergrond en daarmee is het de beste manier om de aandacht volledig naar de persoon te laten verschuiven.

Wanneer je de camera op de Av-stand (A-stand ofwel diafragma voorkeuze) zet selecteer je het beste het kleinste diafragma (f/3.5 of indien mogelijk f/2.8). Daarbij helpt het wanneer je ervoor zorgt dat de afstand tussen jou en het model klein is, terwijl de afstand tussen het model en de achtergrond groot is.

 

 

Fotografeer op ooghoogte

 

De beste manier om te ervaren hoe belangrijk dit is, is door eenmaal op ooghoogte te fotograferen en eenmaal níet op ooghoogte. Je kunt dan goed zien wat het verschil is qua resultaat… Wanneer je van onder of juist van boven fotografeert komt de nadruk bij het model te liggen op zijn of haar kin of kruin en dit zijn nou juist de punten die je zo sterk wilt accentueren 😉

 

Neem de omgeving in je foto mee

 

Dit lijkt een beetje in tegenstrijd met een eerder advies (namelijk dat van een klein diafragma om de achtergrond vaag te maken), maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Bij sommige portretfoto’s kan het juist heel leuk zijn om de achtergrond mee te nemen in het geheel. De achtergrond vertelt een verhaal over wat er op dat moment voor het model belangrijk was en gebeurde en op deze manier kan het heel waardevol zijn de achtergrond ook vast te leggen.

 

Passie vastleggen

 

Leg de passie vast op beeld en daarom bedoel ik datgene dat het model drijft en motiveert. Hetgeen waar die persoon door gaat stralen voor leeft. Dit kan van alles zijn, zoals het gezin of een hobby waar het model volledig in op kan gaan. Wanneer je hierover spreekt met het model tijdens de shoot zelf zorgt dat er automatisch voor dat diegene ook meer op haar gemak raakt. Ook geen overbodige luxe wanneer jij aan het shooten bent.

 

 

Onderwerp uit het midden

 

We zijn er vaak toe geneigd om als we een foto maken van iemand diegene precies in het midden te hebben staan. Waarom? Geen idee, maar het lijkt het veiligste te zijn… Toch kan een foto veel dynamischer worden, wanneer je juist iets uit het midden gaat en het model meer links of rechts plaatst in het beeld… Er bestaat geen gouden regel voor het dan wel of niet plaatsen van het model aan de linker- of rechterkant dan wel in het midden dus dit is iets dat je zelf moet aanvullen en waar je jouw eigen creativiteit voor moet gebruiken om te bepalen wat het beste zal uitkomen.

 

 

Ook een interessant puntje van aandacht is het croppen van de foto. Het croppen van de foto is iets dat fotograferen maar weinig doen, want de heersende gedachte is toch dat je jouw onderwerp volledig op beeld moet hebben (het hoofd mag er toch niet afgehakt worden zeker?). Toch is dit niet altijd zo.

Door juist een klein stukje van het hoofd te ‘croppen’ (oké, dit klinkt misschien gek maar je snapt wel wat ik bedoel als je de foto ziet ;-)) zorg je ervoor dat de foto ineens een stuk interessanter wordt. Wees dus niet te bang om te croppen, het beeld kan vaak echt wel wat snijdwerk hebben :-).

 

Dichterbij het model komen

 

Je hoeft zijn of haar deodorant niet te kunnen ruiken, maar je moet wel dichtbij durven komen. Persoonlijk vind ik portretten waarbij het gezicht van het model vrijwel het hele beeld vult het mooiste, juist omdat er niets anders is dat je afleidt. De rest erom heen vind ik vaak storend… Nu is dit natuurlijk heel verschillend voor en afhankelijk van je eigen stijl en voorkeur, maar het is wel leuk verschillende manieren uit te proberen

Probeer bijvoorbeeld maar eens een foto te maken van iemand van top-tot-teen en vervolgens van alleen het gezicht (breed in beeld). Dat is een perfecte manier om het verschil te bekijken en daarbij ook te zien welke manier van portret jouw voorkeur heeft.

 

Zacht licht doet wonderen

 

Ik denk dat veel vrouwen dit wel zullen herkennen, het (soms) harde licht in paskamers, waardoor je al die vlekjes, putjes en lijntjes ziet lopen die je eigenlijk niet wilt zien 🙂  Meestal ga je de winkel weer uit met een lichtelijk gedeukt ego, want ineens blijk je veel meer oneffenheden in je gezicht en op je lichaam te hebben dan je altijd dacht…

Zacht licht zorgt er automatisch al voor dat je die oneffenheden minder goed ziet en met portretfotografie helpt het dan ook een zacht licht te gebruiken. Het wordt ook wel ‘vleiend licht’ genoemd, juist omdat zoveel van die lijntjes, vlekjes en pukkeltjes wegvallen in dit verhullende licht. Het kan wel even zoeken zijn naar het juiste moment om dan de foto te maken of je moet volledig gebruik maken van kunstlicht (in een studio), zodat je het helemaal naar je eigen wens kunt opzetten.

Fotografeer je buiten? Houd dan rekening met het Gouden Uurtje, omdat tijdens die uren het licht diffuus en zacht is en je dus de mooiste resultaten krijgt. De zon op het midden van de dag is hard en geeft grote contrasten en schaduwen.

 

 

Probeer het eens in zwart- wit

Hierover heb ik reeds eerder een blog geschreven, waarin ook al even is ingegaan op de waarde van zwart- wit bij portretten. Kleur kan in een beeld erg afleiden, terwijl de afwezigheid ervan de focus juist heel erg kan leggen op het onderwerp (het model). Het is zeker leuk hier eens mee te experimenteren!

 

Maar bovenal…

 

De belangrijkste tip is denk ik nog wel dat je niet bang bent om te oefenen en te experimenteren. Rome is niet in één dag gebouwd en leren fotograferen kost tijd. Tijdens een shoot maak je al snel honderden foto’s waar je dan uiteindelijk een tiental van selecteert die het beste zijn. Veel fotografen werken op deze manier en te hard zijn voor jezelf dat het gelijk goed moet zijn zal je niet helpen om een betere fotograaf te worden.

Kortom, geef jezelf tijd om te leren en jezelf te ontwikkelen en je zult zien dat met voldoende inzet, zin en geduld je steeds mooiere portretten zult gaan maken.

Geniet er voorval van!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *